4 -Extern onderzoek naar de Challenge (LLO Koers bepalen)

4.1 Afnemersanalyse:

4.1.1 Interviews met verenigingen:

(Bijlage 32)

Ik heb met verschillende verenigingen interviews gehouden. Het belangrijkste doel van deze interviews was om erachter te komen of zij op de hoogte zijn van het huidige aanbod, of ze de mail hebben gezien die is gestuurd vanuit de KNVB over het aanbod, ze al hebben overwogen om mee te doen en wat de reden is om niet mee te doen, mocht dit zo zijn.

 

Hieruit komt een duidelijk beeld naar voren van hoe de communicatie rondom de pilot is verlopen en hoe verenigingen tegenover deelname staan. In totaal is een groot aantal clubs benaderd, maar de mate waarin de mail is gezien en opgepakt verschilt sterk per vereniging.

Van alle benaderde (75) verenigingen hebben 17 verenigingen de mail daadwerkelijk gelezen, terwijl 53 verenigingen aangaven dat ze de mail niet hebben gezien en 1 vereniging meldde dat ze de mail “wel voorbij hebben zien komen”, maar niet hebben geopend (Bijlage 32). Dit betekent dat een groot deel van de verenigingen de informatie over de pilot niet heeft ontvangen of gelezen, wat laat zien dat de zichtbaarheid van de communicatie verbeterd kan worden.

 

Ondanks dat veel verenigingen de mail niet hebben gezien, blijkt uit de gesprekken dat er voldoende interesse en potentie is om meer clubs te betrekken. 58 verenigingen gaven aan dat ze het gaan bespreken om mee te doen, of het voorleggen bij diegene die erover gaan. 53 verenigingen hadden hiervan de mail helemaal nog niet gelezen en 5 verenigingen hebben hem gelezen maar nog geen vervolgstappen ondernomen. Van deze 58 verenigingen, gaven 24 verenigingen aan dat zij het initiatief leuk vinden en overwegen om mee te doen. De meeste van deze clubs wilden het eerst intern bespreken, bijvoorbeeld met het bestuur of de jeugdtrainers. Verenigingen gaven aan dat het onderwerp intern wordt besproken, plannen er een vergadering over, of willen het idee aan hun trainers voorleggen. Dit zijn positieve reacties wat kansen biedt (Bijlage 32).

 

Daarnaast lieten verschillende clubs weten dat de OnePager mag worden verstuurd. Dat is een positief teken, want het betekent dat deze verenigingen openstaan voor meer informatie en een vervolgstap richting deelname. Ook gaven deze verenigingen aan dat ze deze zouden ophangen ter promotie. Dit is ook positief. Dit valt onder het zogeheten earned media, door de sterke merknaam van de KNVB zijn verenigingen snel bereid hieraan mee te werken, wat goed is voor de Marketing.

 

Naast deze geïnteresseerde groep zijn er ook 9 verenigingen die hebben aangegeven niet mee te doen. De redenen hiervoor zijn zelden negatief over Futsal zelf, maar vooral organisatorisch niet te doen. Uit de opmerkingen blijkt dat verenigingen al deelnemen aan een eigen Futsalcompetitie of toernooi en gaven aan geen budget of tijd te hebben om nog een extra activiteit toe te voegen aan hun winterprogramma. Slechts één vereniging, gaf aan simpelweg “geen interesse in Futsal” te hebben (Bijlage 32)

 

4.1.2 Conclusie:

 Dat betekent dat er duidelijk kansen liggen, de meeste verenigingen die niet meedoen, doen dat niet omdat ze het initiatief afwijzen, maar omdat ze al iets vergelijkbaars organiseren of te weinig vrijwilligers hebben. Dit biedt kansen om in de toekomst samenwerkingen aan te gaan met deze clubs of te kijken hoe de KNVB het concept Pupillen Futsal beter kan laten aansluiten bij bestaande lokale toernooien.

 

Samenvattend laat de analyse zien dat de interesse in Pupillen Futsal duidelijk aanwezig is, maar dat de communicatie en opvolging verbeterd moeten worden om meer verenigingen daadwerkelijk te betrekken. Slechts een klein deel van de verenigingen heeft de mail gelezen en was dus bekend met het aanbod, maar onder de clubs die wél op de hoogte zijn, is de reactie vaak positief. De meeste verenigingen die nog niet meedoen, willen het eerst intern bespreken.

 

De grote groeikans is om de communicatie persoonlijker en gerichter te maken. Een meer directe benadering via telefoon of contact met bestuursleden lijkt effectiever dan alleen e-mail. Als de KNVB deze stappen oppakt, liggen er goede kansen om de deelname aan Pupillen Futsal de komende seizoenen sterk te vergroten en de positieve trend in groei van Futsal door te zetten. 

 

4.1.3 Enquête:

 Voor het huidige aanbod van de pilot hebben we enquêtes verzonden onder de doelgroep. Ik heb hierbij gericht gekeken naar de regio’s waar de pilots nu bezig zijn. De enquête voor elke regio is precies hetzelfde, hierin worden dus precies dezelfde vragen gesteld voor verschillende doelgroepen. In deze regio’s verschillen bijvoorbeeld de speeldag en tijdstip wel is van elkaar.

Zo hebben we aparte vragen voor de spelers, ouders trainers en scheidsrechters. Bij vraag 1 werd gevraagd of je een speler, ouder, trainer of scheidsrechter bent (Bijlage 33), daarna werden ze doorgestuurd naar de vragen die voor hen van belang waren.

 

We hebben gekeken in de volgende regio’s: Rotterdam, Poeldijk, Hengelo en Den Haag.

Het doel van deze enquête is om achter de huidige ervaringen te komen van de pilot. We vragen de spelers, ouders, trainers & scheidsrechters hoe zij het ervaren. Hierbij is gekeken van de onder 10 t/m onder 13 (Pupillen), omdat het ook belangrijk is om achter de meningen van de iets oudere doelgroep te komen aangezien het een structureel aanbod moet gaan worden. Het is daarom dus belangrijk te kijken of die doelgroep het hetzelfde ervaren, of dat het naarmate zij 1 jaartje ouder worden, iets veranderd.

 

 

4.1.4 Resultaten enquête Rotterdam (bijlage 38):

In regio Rotterdam wordt het erg goed beoordeeld. Spelers geven een 8.6, ouders een 8.0 en trainers een 7.6. De gemiddelde score komt uit op 8.1. Dit laat zien dat de deelnemers tevreden zijn en het aanbod dus zeer aantrekkelijk is (Bijlage 38).

 

Wat ook opvallend is dat bijna iedereen opnieuw wil meedoen. 98% van de gevallen van de spelers willen opnieuw meedoen. 90% van de ouders en 96% van de trainers. Scheidsrechters willen zelfs allemaal opnieuw fluiten (Bijlage 38). Dit geeft aan dat de competitie goed aansluit op wat mensen verwachten.

 

In de ervaringen zie ik een paar verbeterpunten. Spelers vinden de wedstrijden snel voorbijgaan. Trainers vinden soms het tijdstip of speeldag niet ideaal. Ouders vinden een reistijd van ongeveer 26 minuten prima. Dit zijn allemaal punten waar in het vervolg op gelet kan worden (Bijlage 38).

Scheidsrechters zijn heel positief en geven een 8.2. Zij vinden het leuk om de regels uit te leggen en willen graag blijven fluiten (Bijlage 38).

 

4.1.5 Resultaten enquête Hengelo (bijlage 39):

In regio Hengelo wordt beoordeeld het ook goed beoordeeld. Spelers geven een 8.0, ouders een 7.4 en trainers een 7.8. De gemiddelde score komt uit op 7.7. De deelnemers zijn dus positief (Bijlage 39).

 

Wat opvalt is dat 100% van alle spelers opnieuw willen meedoen. Ouders willen dat in 79% van de gevallen en trainers in 75% (Bijlage 39), dit laat zien dat er dus animo is wanneer dit in de toekomst weer/vaker georganiseerd wordt.

Ouders zijn positief over het kijken van Futsal en willen gemiddeld 27 minuten rijden naar wedstrijden. Trainers zijn tevreden over de indeling en storen zich niet aan het gedrag van andere coaches. Twee trainers noemen het tijdstip van wedstrijden als minpunt, zij spelen namelijk op Vrijdagmiddag/avond wat niet hun voorkeur heeft (Bijlage 39).

 

Scheidsrechters beoordelen met een 8.0 en willen allemaal opnieuw fluiten. Zij vinden het leuk om de regels uit te leggen aan spelers. Dit laat zien dat er in deze regio geen tekort is aan (vrijwillige scheidsrechter) (Bijlage 39).

 

4.1.6 Resultaten enquête Poeldijk (Bijlage 40):

Spelers beoordelen het met een 7.7, ouders een 8.8 en trainers een 7.8. Het gemiddelde komt uit op 8.1. Deelnemers zijn dus positief, vooral de ouders (Bijlage 40).

Opvallend is dat 86% van de spelers opnieuw wil meedoen. 100% van de ouders willen dat het team van hun kind nog een keer mee doet en 80% van de trainers zou nog een keer mee willen doen (Bijlage 40)

 

Spelers vinden de wedstrijden snel voorbijgaan en zijn niet altijd even tevreden over de tegenstanders. Ouders zijn heel positief en geven het hoogste cijfer met een 8.8. Ouders willen gemiddeld 30 minuten rijden. Trainers zijn tevreden over de begeleiding door de scheidsrechters en maar slechts één trainer beoordeelt het speeldag en tijdstip negatief (Bijlage 40).

 

Scheidsrechters beoordelen het met een 7.5 en zouden allemaal de wedstrijden opnieuw willen fluiten, dit laat zien dat ook hier gaan (vrijwilligers) te kort is aan scheidsrechters. Zij vinden het leuk om spelers de regels uit te leggen (Bijlage 40).

 

4.1.7 Resultaten enquête Den Haag (Bijlage 41):

Spelers beoordelen het met een 9.0, ouders een 8.7 en trainers zelfs een 9.0. Het gemiddelde komt hierdoor uit op 8.9 (Bijlage 41.)

Opvallend is dat alle spelers, ouders en trainers nog een keer mee willen doen. Spelers vinden de wedstrijden snel voorbijgaan en ze beoordelen tegenstanders iets lager (Bijlage 41).

 

Ouders zijn heel enthousiast en vinden het leuk om naar Futsal te kijken. Zij willen gemiddeld 28 minuten rijden naar een wedstrijd (Bijlage 41).

 

Trainers scoren het hoogst van alle groepen. Zij vinden de wedstrijden spannend en sportief en ze beoordelen eigenlijk niks laag. Wel geven trainers aan dat zij de spelregels lastig vinden (Bijlage 41).

 

Scheidsrechters geven een 7.5 en willen allemaal opnieuw fluiten. Ze vinden het leuk om spelers de spelregels uit te leggen. Dit laat weer zien dat ook hier geen (vrijwilligers) te kort is aan scheidsrechters (Bijlage 41).

 

4.1.8 Conclusie enquête:

Wat voornamelijk opvalt is dat spelers erg positief zijn over de deelname: slechts 2 van de 75 spelers willen niet nogmaals deelnemen aan de competitie. Ouders en trainers zijn wat dat betreft soms ietsje minder enthousiast, maar het grootste gedeelte hiervan kijkt ook positief aan tegen de competitie. Het gemiddelde cijfer wat de respondenten de pilot geven is:

 

  • Rotterdam - 8,1 (41 deelnemende teams en 101 respondenten)
  • Hengelo - 7,7(6 deelnemende teams en 40 respondenten)
  • Poeldijk - 8,1(6 deelnemende teams en 19 respondenten)
  • Den Haag - 8,9 (4 deelnemende teams en 23 respondenten)

 

Deelnemers zijn overal positief over het huidige aanbod. In de geteste regio’s zijn de cijfers ruim voldoende. Het laagste gemiddelde cijfer is een 7.7 en hoogste een 8.9. Dit laat zien dat het huidige aanbod goed aansluit bij de behoeften van spelers en alle betrokkenen daarbij. In alle regio’s willen spelers opnieuw meedoen. Ouders en trainers willen hier in de meeste gevallen aan mee werken. De animo om deel te nemen is dus hoog en bied perspectief voor de toekomst.

 

De opmerkingen die het vaakste terugkomen zijn: ‘spelers geven in iedere regio aan dat wedstrijden snel voorbijgaan, ouders vinden het leuk om te kijken en accepteren de reistijd van 26 tot 30 minuten. Trainers ervaren de wedstrijden vaak als spannend en sportief. Scheidsrechters zijn in alle regio’s positief en willen graag opnieuw fluiten. Zij vinden het leuk om regels uit te leggen en ervaren geen problemen in hun rol. Hierdoor is er geen tekort aan scheidsrechters in deze competities, wat soms nog wel eens een probleem kan zijn.

 

De grootste verbeterpunten liggen vooral in de organisatie en randvoorwaarden. Het gaat om het tijdstip en de speeldag van wedstrijden. Vooral in Hengelo komt naar voren dat vrijdagmiddag of avond niet ideaal is. Ook in andere regio’s wordt dit soms als vervelend ervaren. Verder komt het uitleggen van spelregels regelmatig terug. Trainers vinden de regels soms lastig. Spelers geven soms aan dat zij regels moeilijk vinden. In het vervolg is meer aandacht nodig voor spelregelonderwijs. Ook willen deelnemers dat scheidsrechters altijd beschikken over een plofbal.

 

Daarnaast hebben ouders en trainers graag sporthallen met een kantine. Deze wens komt in alle regio’s terug.

 

Al met al zijn de belangrijkste conclusies dat het draagvlak hoog is, de tevredenheid breed aanwezig is en dat deelnemers het erg leuk vinden om mee te doen. De competitie loopt goed, maar kan verbeterd worden door betere afstemming van tijdstippen, meer aandacht voor spelregels en betere faciliteiten in sporthallen.

 

 

 

4.2 Customer Journey

Persona – Mark Jansen, jeugdcoördinator bij VV Delta Sport,

Deze tekst is opgesteld met ondersteuning van ChatGPT (OpenAI, 2026)

 

Mark Jansen is 38 jaar en woont in Breda. Hij werkt als projectmanager in het onderwijs en is vrijwillig jeugdcoördinator bij VV Delta Sport, een middelgrote voetbalvereniging. Hij organiseert trainingen, plant wedstrijden en zoekt naar manieren om jeugdspelers te blijven ontwikkelen. Mark is betrokken, sociaal en praktisch, maar heeft weinig tijd.

 

In de winterstop merkt hij dat veel pupillen stilzitten. Hij zoekt naar activiteiten om ze actief te houden en ziet via e-mail en social media berichten over Pupillen Futsal van de KNVB. De informatie spreekt hem aan, maar blijft oppervlakkig. Hij weet niet goed wat deelname inhoudt en heeft te weinig tijd om het uit te zoeken. Binnen zijn club zijn vrijwilligers schaars en zaalruimte beperkt, wat hem doet twijfelen of Futsal haalbaar is.

 

Mark vertrouwt de KNVB als organisatie, maar vindt de communicatie onpersoonlijk. Hij wil concrete uitleg, persoonlijk contact en praktische hulp bij de organisatie. Als hij die ondersteuning krijgt, wil hij graag structureel Futsal aanbieden, omdat hij gelooft dat het de techniek en motivatie van zijn spelers versterkt.

 

Volgens Mark zelf:

“Futsal past perfect bij onze pupillen, maar ik weet niet waar ik moet beginnen of wie me kan helpen.”

 

 

Awareness:

Mark ontvangt KNVB-nieuwsbrieven en ziet berichten op social media, maar leest de e-mail over Pupillen Futsal niet of te vluchtig.

 

Consideration:

Na een telefoontje van een KNVB-medewerker overweegt Mark deelname. Hij bespreekt het intern met bestuur en trainers. Hij zoekt informatie over kosten en planning. Mark is nieuwsgierig maar onzeker. Hij wil wel, maar twijfelt over praktische haalbaarheid. Hij is vraagt informatie via persoonlijk contact met KNVB maar houd ook de website van Pupillen Futsal, in de gaten.

 

Purchase:

Na persoonlijk contact schrijft de club zich in voor de pilot. De uitleg en hulp vanuit de KNVB geven vertrouwen. Hij is Positief, opgelucht en blij dat de drempel laag is. Het Persoonlijk contact met KNVB-medewerker heeft hem uiteindelijk laten overhalen zich aan te melden via het aanmeldformulier wat die via de mail toegestuurd heeft gekregen.

 

Retention:

 Tijdens de pilot ontvangt Mark mails over speelschema’s en regels. De samenwerking verloopt goed, maar er is weinig opvolging na afloop. Hij is tevreden maar mist persoonlijk nazorgmoment of evaluatie. Ook vond die de communicatie vlak voor de pilot matig. Hij krijg via E-mail te horen dat het in de Voetbal.nl-app stond. Dit had die het liefst in 1 duidelijk overzicht gehad.

 

Loyalty:

 Mark wil structureel doorgaan met Futsal, maar zonder extra begeleiding twijfelt hij of de club dit elk jaar kan organiseren. Hij is blij en enthousiast over het concept maar onzeker over continuïteit door het vrijwilligers tekort. Hij houdt de Nieuwsbrief, KNVB-website in de gaten voor het aanbod maar had liever gezien dat die persoonlijke mails over het aanbod zou ontvangen.

 

Conclusie:

 De huidige customer journey laat zien dat de KNVB de verenigingen vooral via digitale kanalen bereikt, maar dat deze niet effectief genoeg zijn. De awareness is laag, de interesse stijgt pas na persoonlijk contact, en structurele loyaliteit ontbreekt nog.
De grootste kans ligt in persoonlijke communicatie, duidelijke opvolging om verenigingen zoals die van Mark structureel aan Pupillen Futsal te binden. (ChatGPT)

 

 

 

4.3 Bedrijfstak:

 

De KNVB is heer en meester in de sportbranche, en specifiek in de voetbalmarkt met ruim 1.2 miljoen leden. (Jaarverslag: KNVB Noteert Opnieuw Groei in het Aantal Leden, z.d.) Hierin is Futsal een onderdeel dat sterk in ontwikkeling is, maar nog lang niet dezelfde bekendheid heeft als veldvoetbal. Om de kansen en bedreigingen beter in kaart te brengen, kijk ik naar de algemene marktfactoren, de concurrentie en relevante ontwikkelingen die specifiek voor mijn challenge belangrijk zijn.

 

4.4 Algemene marktfactoren:

Voetbal is de grootste sport in Nederland met ruim 1,2 miljoen leden bij de KNVB (Over de KNVB, z.d.) Van die leden speelt slechts een klein deel actief futsal, maar de belangstelling groeit, vooral onder de jeugd. 78% van de veldvoetballers geeft aan Futsal te willen spelen via hun eigen vereniging. Het spel sluit goed aan bij de ontwikkeling van spelers: korte acties, veel balcontacten en snelle beslissingen. Internationaal wordt futsal al langer erkend als waardevolle aanvulling op veldvoetbal (bijvoorbeeld door FIFA en UEFA). Voor de KNVB betekent dit dat er ruimte ligt om futsal sterker neer te zetten en te laten groeien. (Jeugd Wil Futsal Spelen Via Eigen Voetbalclub, z.d.) Er zijn ongeveer 900 verenigingen die futsal aanbieden, wat betekent dat ruim een derde van de voetbalclubs futsal opneemt in hun aanbod. In de periode 2009-2023 is er een flinke daling van het aantal sportclubs in Nederland. Waar er in 2009 28.700 sportclubs in ons land waren, waren dat er veertien jaar later slechts 24.980. Een daling van 3720 clubs dus. (Aantal Sportverenigingen in Nederland Al Jaren in een Daling, 2025)

Deze marktfactoren laten zien dat er een grote potentiële vraag is naar futsal, maar dat het huidige aanbod nog achterblijft. Dit verschil tussen vraag en aanbod vormt zowel een kans (groei realiseren) als een bedreiging (teleurstelling of afhaken bij gebrek aan mogelijkheden).

 

4.5 Concurrentieanalyse:

 

4.5.1 Indirecte concurrenten:

 De soorten concurrentie binnen Futsal kan op twee manieren worden gezien. Namelijk: concurrentie binnen het voetbal (Indirecte concurrentie), denk hierbij aan concurrentie met veldvoetbal. Veel amateurverenigingen zijn al druk met veldvoetbalcompetities. Hierin zijn vrijwilligers en trainers schaars, waardoor Futsal soms wordt gezien als een extra belasting in plaats van een aanvulling. De uitdaging hier is dat Futsal moet concurreren met bestaande prioriteiten binnen dezelfde club (bijvoorbeeld jeugdopleiding veldvoetbal, reguliere competitie) en ze een afweging moeten maken wat ze dan belangrijker vinden. (Hcnieuws.nl, 2024) Futsal krijgt hierdoor te weinig aandacht of middelen bij verenigingen die al “vol” zitten en hier geen tijd meer voor hebben. Wel kan futsal worden gepositioneerd als versterking van veldvoetbal (technische ontwikkeling, plezier in de winterstop), wat als motiverende factor kan helpen voor verenigingen om hieraan mee te doen.

 

4.5.2 Directe concurrenten:

 

Ook heeft Futsal te maken met de concurrentie van andere indoor sporten (Directe concurrenten). Sporthallen worden ook gebruikt door bijvoorbeeld basketbal, handbal, volleybal en zaalhockey. Deze sporten zijn al langere tijd actief in de zaal, in de winterperiode, waardoor het voor Futsal lastig is zich daartussen te mengen. Deze sporten hebben vaak een vaste planning (verenigingen, competities, zaaluren), waardoor Futsal last kan hebben van beperkte beschikbaarheid en hogere huurprijzen. Dit kan verenigingen demotiveren om Futsal te organiseren. Wel kan Futsal kan zich onderscheiden door de sterke link met het veldvoetbal, dit maakt het aantrekkelijk voor bestaande voetballers die in de winter willen doortrainen en zich willen blijven ontwikkelen.

Toch biedt dit ook inspiratie: bijvoorbeeld de Nederlandse Handbalbond heeft laten zien hoe een zaalsport op regionaal niveau stevig kan worden neergezet door goede samenwerking met gemeenten en sporthallen. Hier kan de KNVB van leren bij de verdere ontwikkeling van futsal.

 

4.5.3 Alternatieven voor de doelgroep:

Voor kinderen van 9 – 11 jaar is futsal niet de enige optie. Gaming, urban sports (zoals freerunning of straatvoetbal), muziek of andere hobby’s zijn alternatieven die in dezelfde vrijetijdsbesteding concurreren. Vooral gaming is sterk populair en kan kinderen van sport weghouden. Dit is een bedreiging, omdat het kan leiden tot lagere sportdeelname.

Daar staat tegenover dat futsal zich juist kan profileren als een urban, dynamische en stoere sport die aansluit bij de leefwereld van jongeren. Dit kan een kans zijn om kinderen te binden die anders voor gaming of andere urban activiteiten kiezen.

 

4.5.4 Benchmarking:

Er zijn verschillende organisaties waar de KNVB een voorbeeld aan kan nemen en inspiratie uit op kan doen. Dit zijn de drie belangrijkste in mijn ogen:

  • Nederlandse Handbalbond: succesvol in zaalpositionering en samenwerking met gemeenten. (Nederlands Handbal Verbond, z.d.)
  • Basketball Nederland: gebruikt actief social media en jongerenmarketing om de sport aantrekkelijk te maken. (Obcoss, 2024)
  • Internationaal futsal (bijv. Spanje en Brazilië): daar is futsal volledig geïntegreerd in de jeugdopleiding. Hierdoor zijn deze twee landen 1 van de beste van de wereld. De KNVB kan hier inspiratie uit halen om Futsal structureel te koppelen aan talentontwikkeling. (Nieuwsblad. z.d.)

 

 

 

4.5.5 Conclusie concurrentenanalyse:

De concurrentiepositie van Futsal kent dus bedreigingen: beperkte zaalruimte, hoge kosten, concurrentie van andere indoorsporten en een vrijwilligerstekort. Tegelijkertijd liggen er kansen in de bestaande werkwijze van voetbalclubs, de maatschappelijke trends rondom urban sports en internationale voorbeelden die laten zien dat Futsal een enorme bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van spelers.

Voor de KNVB betekent dit dat er slim op in moet worden gespeeld, Futsal moet niet worden gezien als concurrent van veldvoetbal of andere zaalsporten, maar als een aanvullende, jeugdige, moderne en leuke vorm van voetbal die inspeelt op de behoeften van kinderen en verenigingen.

 

4.6 Distribiteurs:

In het geval van Futsal zijn de distributeurs niet fysieke leveranciers van producten, maar eerder de kanalen en schakels waarmee informatie, activiteiten en programma’s bij de doelgroep terechtkomen. Dit zijn de tussenstations die bepalen of de boodschap van de KNVB de verenigingen en spelers effectief bereikt.

De belangrijkste distribiteurs zijn:

  1. KNVB-kanalen
  • Website, nieuwsbrieven & social media
  • nl & sportlink (voor ouders)

 

  1. Verengingen
  • Het bestuur en de jeugdcoördinatoren zijn cruciaal in de distributie van informatie naar trainers, ouders en spelers
  • Verenigingen zijn de afnemers van de KNVB-activiteiten en zijn hierbij cruciaal om zo inschrijvingen te werven

 

  1. Trainers/vrijwilligers
  • Zij zijn vaak de eerste aanspreekpunten voor kinderen en ouders. Als zij Futsal positief promoten, vergroot dit de kans op deelname. Ook zijn zij cruciaal in het organiseren en het mogelijk maken aan deelnemen competities voor verenigingen

 

  1. Gemeenten/sporthallen
  • Zij spelen een rol in het beschikbaar stellen van zaalruimte en het stimuleren van deelname.

 

  1. Ouders van jeugdspelers:
  • Ouders spelen een grote rol in de beslissing of een kind deelneemt aan Futsal. Vooral bij pupillen (O10 en O11) bepalen ouders vaak of hun kind zich inschrijft en hoe vaak ze meedoen. Als ouders de meerwaarde van Futsal niet kennen of het te duur of tijdrovend vinden, haken ze sneller af.

 

  1. Onderwijsinstellingen:
  • Scholen zijn een interessante partner, vooral basisscholen met sportdagen of naschoolse activiteiten. Als de KNVB via scholen Futsal kan aanbieden, bereikt het direct een brede groep kinderen.

 

4.7 Kansen & bedreigingen:

Als je kijkt naar hoe Futsal nu vanuit de KNVB bij de verenigingen en uiteindelijk bij de kinderen terechtkomt, dan zie je dat er best veel kansen liggen, maar ook duidelijke bedreigingen.

 

De grootste kans zit in het feit dat de KNVB al een sterk netwerk heeft van verenigingen en trainers. Als die goed geïnformeerd en enthousiast gemaakt worden, kan Futsal snel groeien. Vooral trainers spelen daarin een belangrijke rol, want zij staan dicht bij de kinderen en kunnen Futsal positief neerzetten als iets dat hun voetbal alleen maar beter maakt. Ook digitalisering biedt kansen: via apps, nieuwsbrieven en social media kan de KNVB de doelgroep heel direct bereiken. Daarnaast zijn er gemeenten en scholen die steeds meer inzetten op sportstimulering en zaalruimte beschikbaar stellen. Dat kan de ontwikkeling van futsal versnellen, zeker in stedelijke gebieden waar de vraag groot is.

 

Tegelijkertijd zijn er ook duidelijke bedreigingen. Een groot probleem is dat de communicatie nu vaak versnipperd verloopt: informatie komt via verschillende kanalen en belandt niet altijd bij de juiste persoon binnen de club. Daardoor haken verenigingen soms af, simpelweg omdat ze niet goed weten wat er verwacht wordt. Ook de afhankelijkheid van vrijwilligers is een risico. Veel clubs hebben maar een kleine groep actieve mensen, en als die al druk zijn met veldvoetbal, krijgt Futsal vaak minder prioriteit. Daar komt nog bij dat de zaalcapaciteit beperkt is en de kosten hoog zijn, wat verenigingen kan tegenhouden om Futsal structureel op te pakken. Tot slot is er het risico dat Futsal verkeerd wordt gepresenteerd, als een extra belasting in plaats van een aanvulling, waardoor clubs eerder geneigd zijn om het links te laten liggen.

Samengevat: de kansen liggen vooral in het benutten van het netwerk van verenigingen, trainers en digitale kanalen, en in samenwerking met gemeenten. De bedreigingen zitten in de communicatie, vrijwilligersdruk en zaalruimte. Het succes van Futsal zal dus afhangen van hoe goed de KNVB deze distributieketen weet te organiseren en de boodschap neerzet.